De pot verwijt de ketel, vertrouwen is op alle fronten zoek!
De politiek en media richten hun pijlen op de financiële sector. Commissie De Wit legt momenteel misstanden bloot. Maar uit onderzoek blijkt dat politiek en media nog minder vertrouwen genieten dan de financiële sector. Wanneer wordt voor hen een onderzoekscommissie ingesteld? Oproep aan iedereen die suggesties heeft voor zo’n commissie!
De gevolgen van de kredietcrisis wegen zwaar op de dagelijkse gang van zaken van vele huishoudens, bedrijven en instellingen. Dankzij de Commissie De Wit komt veel van het onrecht dat Nederlanders is aangedaan boven tafel. Belangrijkste verwijt: het beschamen van het vertrouwen dat mensen stelden in hun financiële dienstverlener. De politiek slijpt de messen, de media doen gretig verslag en de burgers? Die halen massaal de broekriem aan. Het vertrouwen in banken en verzekeraars is inderdaad flink gedaald. Recent onderzoek onder klanten van banken en verzekeraars toont een beeld van een paard dat wegrent, met op zijn rug de voorraad vertrouwen. Maar hetzelfde onderzoek toont aan dat het paard niet alleen bepakt is met het vertrouwen van banken en verzekeraars, maar ook met het vertrouwen van burgers in politiek en media.
Laten we de cijfers er eens bij halen. Uit een onderzoek onder 2000 klanten van banken en verzekeraars, uitgevoerd in december 2009 in opdracht van adviesbureau &samhoud, blijkt dat 65% van hen vertrouwen heeft in eigen bank of verzekeraar. 36% van de respondenten heeft vertrouwen in de Nederlandse economie. 43% heeft vertrouwen in overheidsinstellingen die een dienst verlenen aan burgers. Slechts 15% van de respondenten heeft vertrouwen in de financiële sector in het algemeen. Resultaten die uitnodigen om de financiële wereld eens flink aan de tand te voelen. Het onderzoek heeft echter nog een staartje. Nadere bestudering laat zien dat de media slechts 14% van het vertrouwen van de 2000 respondenten geniet. De politiek scoort nog lager: 13%.
Waar alle ogen gericht zijn op financiële dienstverleners, blijkt uit dit onderzoek dat er veel meer instanties en instellingen zijn die onze onderzoekende blikken verdienen. Naast de financiële reuzen zijn met name de politiek en de media een groot gedeelte van het vertrouwen van hun publiek verloren. En laat het nu net deze instituten zijn die veelvuldig mening en oordeel uitvergroten. Maar zijn zij niet net zo afhankelijk van het in hun gestelde vertrouwen? Hun wijzende vingers richting banken en verzekeraars kunnen we gerust categoriseren onder de noemer ‘de pot verwijt de ketel’. Wordt het niet eens tijd dat, na de ketel, nu ook de pot eens wordt gehoord door een onderzoekscommissie, laten we zeggen de Commissie Vertrouwenscrisis?
Relatief gezien hebben mensen nog altijd een behoorlijk vertrouwen in hun eigen bank of verzekeraar. En de financiële sector in het algemeen doet het weliswaar slecht, maar politiek en media respectievelijk beleidsbepalers en gezichtsbepalers, scoren nog slechter. Zoals de waard is vertrouwt hij zijn gasten. Balkenende begon zo voortvarend met het vragen van aandacht voor normen en waarden, maar hij heeft het niet afgemaakt. Zijn geloofwaardigheid kalft af, van banaliteiten als het niet sneeuwvrij maken van zijn stoep in Capelle aan de IJssel tot zijn onhandige reactie op het rapport van de Commissie Davids.
Vertrouwen is momenteel ver te zoeken. Iedereen wijst naar elkaar. Slechts 1 op de 2 mensen heeft vertrouwen in de ander. Zolang mensen blijven wijzen en niet naar zichzelf durven te kijken, zal de vertrouwenscrisis blijven bestaan. Hoeveel mensen hebben vertrouwen in zichzelf? Uit de bankwereld zijn inmiddels enkele excuses gekomen. Er rolt hier en daar zelfs een kop. Maar nogmaals, wat gebeurt er met de politiek en de media? Zij zijn net zo goed afhankelijk van het vertrouwen van respectievelijk de burger en de kijker.
Het gekrakeel moet stoppen, de wijzende vingers moeten naar beneden, partijen die met polariseren menen grote winst te behalen in de ontstane commotie, moeten hun verantwoordelijkheid nemen. Als politiek en media het vertrouwen terug willen, zullen ze aan zichzelf moeten werken. Ze zullen zich meer moeten verbinden: met zichzelf, dat vergroot het zelfinzicht, en met anderen. Alleen van daaruit kan vertrouwen groeien. Laten we daar met politiek, media, overheden, financiële dienstverleners en burgers onze energie in steken: Together we build a brighter future!
Oproep!
Een onderzoekscommissie die het vertrouwen in Politiek en Media nader gaat onderzoeken.
Wie zou daar in plaats kunnen nemen? Hebt u suggesties? Laat het ons weten en reageer!
Proces Wilders: 80 man politie, 50 journalisten en 30 toeschouwers!
Door Jip Samhoud (20), ondernemer en oud Jeugdpremier
Op woensdag 3 februari 2010 moest Geert Wilders voor de rechter verschijnen. Binnen twintig minuten zat het er al weer op en had de rechter een besluit genomen. Wilders reed weg met piepende banden na een verklaring te hebben afgelegd die we inmiddels van hem kennen: dat de rechtelijke macht een dictatuur is. Het legertje verslaggevers bleef gretig pennend en filmend achter.
Waar zijn we nou helemaal mee bezig? Laten we het eens van een nuchtere kant bekijken. Voor een rechtszitting die niet meer dan twintig minuten duurde, waarbij alleen de reachter aan het woord was geweest en waarvan de uitkomst ook in een e-mailtje gezet had kunnen worden, waren nodig: 5 auto’s om Geert Wilders veilig te vervoeren, een politiehelikopter, 3 ME-busjes, zo’n 80 politiemensen, ongeveer 50 journalisten, waarvan twee NOS-crews, elk compleet opgetuigd met zendauto, cameraploeg en verslaggever.
Dat alles om bovenop het nieuws te zitten? Welk nieuws? De reactie van Geert Wilders was namelijk voorspelbaar: de rechtelijke macht is volgens hem een dictatuur, net als hij dat vindt van de media terwijl hij zichzelf juist ziet als de grootste democraat van het land.
De NOS had een hoop geld kunnen besparen voor de publieke omroep door te volstaan met recente archiefbeelden van verklaringen door Wilders. Het zou bovendien een passend antwoord zijn in het kat en muisspel dat Wilders speelt ten aanzien van de media. Want het debat gaat hij maar niet aan, kijk bijvoorbeeld naar zijn afzegging voor het door Radio 1 georganiseerde lijsttrekkersdebat voor de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen.
Ik was trouwens vergeten te noemen dat er ook nog een groepje van ongeveer 30 toeschouwers aanwezig was buiten de rechtszaal. Ze vielen ook niet echt op, moet ik zeggen. Ze werden compleet omringd door een troepenmacht van politie en journalisten. Zou deze rechtszaak nou leven bij burgers?
Samen met een paar collega’s was ik daar om blauwe voetballen van verbinding uit te delen. Ons doel is om mensen op te roepen zich te verbinden; juist op deze plek waar de vrijheid van meningsuiting ter discussie staat en polarisatie dreigt. Al ballend raakte ik aan de praat met een journalist die ons initiatief erg goed vond. Hij zei er echter bij dat dit niet de plek en omstandigheid was om onze boodschap te verkondigen. ‘Dit is het slagveld, hier woedt een oorlog. Zoek een ander podium zodat de aandacht op jou gevestigd wordt’, zei hij. Moest ik dit zien als een uitspraak van een ietwat gedeformeerde journalist die de nadruk wil leggen op sensatie? Om me heen kijkend naar al die politiemensen, die ME-busjes en die helikopter, had het tafereel inderdaad iets weg van een warzone. En die groep ‘embedded’ journalisten paste ook helemaal in het beeld van moderne oorlogvoering.
In hoeverre is dit nou ‘spek en bonen oorlog’? Het lijkt wel of Geert Wilders precies krijgt wat hij wil: onrust, wantrouwen en polarisatie. Dat kan toch niet de bedoeling zijn?
Vorige week was ik in Johannesburg en Soweto en bezocht er onder andere het Apartheidmuseum. Over geweld gesproken. Die mensen in Zuid-Afrika zijn tientallen jaren wettelijk benadeeld geweest en om het tij te keren hebben ze hun leven gewaagd voor gelijke rechten. Dat was pas oorlog. Nu, na 16 jaar zonder Apartheid, zijn de sporen nog niet uitgewist. De schoonheid van de natuur, de diversiteit van culturen en de opbrengsten van goud en diamanten worden nog altijd overschaduwd door de verschillen tussen mensen. Hier in Amsterdam, voor het Gerechtsgebouw, besefte ik dat het juist goed was om mensen op te roepen zich te verbinden. Onze vrijheid van meningsuiting moet absoluut worden beschermd, maar de verantwoordelijkheid van meningsuiting ook. Daar moet het proces over gaan.
Apartheid is een wereldberoemd Nederlands woord. Het wordt tijd dat we een nieuw woord introduceren. Dat woord is Verbinding. Wie doet er mee?