Oranjegevoel
DOOR SALEM SAMHOUD
Herinnert u zich nog die Postbank reclame met dat liedje van Fluitsma & Van Tijn over ‘15 miljoen mensen op dat hele kleine stukje aarde’? Een onovertroffen filmpje die de zeldzame reflex oproept om nog eens stevig door de neus in te ademen. Trots. Op ons kikkerlandje. Ook wel het Oranjegevoel genoemd. Die blauwe leeuw werd oranje en in haar jongste ‘Oranje is ING’-campagne claimt ING andermaal dat gevoel. Het filmpje start tijdloos met Rutger Hauer op een nevelig strand maar speelt zich duidelijk af in 2013. Zo zien we het decor van The Voice of Holland, een van de zwaar afgeslankte hoofdrolspelers uit het eerste seizoen van Obese en Wim Pijbes die door een geopend – hèhè – Rijksmuseum loopt.
In de boardrooms van Neerlands bedrijfsleven smullen ze van dit soort filmpjes die inspelen op het nationaal sentiment. Het vervult de bestuurders van trots en zingeving en verbinding. Want in hun eenzame topbestaan zijn dit soort filmpjes de lichtpuntjes die hen doet verzuchten: ja, hier doen we het voor. Voor Nederland.
Maar is dat zo? Wat leveren de oranjegezinde bedrijven op voor ons land? Van de aandelen van ING is bijvoorbeeld maar een kwart in Nederlandse handen. De rest is in buitenlandse handen.
Ziggo, ook een bedrijf met een prachtig oranje logo, is in handen van twee private equity bedrijven, Cinven en Warburg Pincus. Daar zit weinig Noordzeelucht bij. Het beeld wint niet aan helderheid als we kijken naar bijvoorbeeld onze pensioenfondsen en waar die hun geld investeren: veel in het buitenland en weinig in Nederland. Het goede nieuws is dat pensioendeelnemers steeds vaker vragen stellen over de aard van investeringen door hun pensioenfonds. Moeten we echt in duurzame energie investeren in Mexico? Kan dat niet in Nederland? Dan investeren we ook in onze omgeving.
Als we allemaal supporter zijn van oranje, laten we dan ons oranjegevoel vertalen in oranjegedrag dat verder reikt dan het Nederlands Elftal en Koninginnedag. Supporter worden van een CEO is wel een heel grote stap maar mentale support is hard nodig. We moeten niet alles tot de middelmaat willen reduceren. Jan Bennink bijvoorbeeld verdient op zijn minst het voordeel van de twijfel. Hij heeft Douwe Egberts losgeweekt uit Sara Lee. Dat geldt ook voor Tex Gunning, de nieuwe CEO van TNT Express. Gunning staat bekend om zijn solidariteit en menselijkheid. Met zijn verbindend leiderschap moet hij in staat zijn om het zelfbewustzijn terug te brengen in een organisatie die bijna was overgenomen door het bruin en geel van UPS. Het oranje van TNT Express blijft bewaard, met een Nederlandse CEO aan het hoofd.
Zelfbewustzijn reikt verder dan een marketingcampagne. Beschouw zelfbewust oranjegedrag niet als hautain en lees alstublieft niet ‘eigen burgers eerst’. Zelfbewust oranjegedrag is overtuigd zijn dat je goed doet, met een open houding naar de wereld toe. Dat is waardecreatie. En wat dat betreft vormen de laatste zinnetjes uit de ING commercial een goed begin: Oranje is willen. Oranje is doen. Ook al zegt alles nee.
Jan Jaap van der Wal en Dolf Jansen geven nieuwjaarsconference
Op 18 januari treden Dolf Jansen en Jan Jaap van der Wal op tijdens de première van de documentaire “Together we build a brighter future: The search for connection” in het Tuschinski Theater, Amsterdam. Beide cabaretiers zullen een vooruitblik geven op wat een betere wereld volgens hen betekent en hoe het gesteld is met de verbinding en hoop in Nederland.
De première wordt georganiseerd door de &samhoud foundation. Met 600 gasten uit verschillende lagen van de samenleving wordt aandacht gevraagd voor het bouwen aan een betere wereld en de verantwoordelijkheid die ieder individu hiervoor voelt en/of neemt. Op uitnodiging van de &samhoud foundation doen beide heren op eigen wijze een oproep voor het maken van een betere wereld. Salem Samhoud, oprichter van de &samhoud foundation: “Wij willen mensen inspireren met films, met boeken, maar ook door theater. Inspiratie voor een betere wereld kan van zoveel verschillende kanten komen. Wij inspireren graag eenieder om een bijdrage te leveren aan een mooie wereld, juist nu in crisistijd.”
Naast de optredens van Jan Jaap van de Wal en Dolf Jansen vindt de presentatie van het boek “The inspirational guide to connection” plaats. In dit boek laat Salem Samhoud de betekenis achter verbinding zien en hoe zowel personen als bedrijven meer verbonden met zichzelf, anderen en de maatschappij kunnen raken. Als laatste onderdeel van het programma wordt de 55 minuten durende documentaire “The search for connection” vertoont.
Together we build a brighter future: The search for connection.
De documentaire is de zoektocht van vader en zoon, Salem en Jip Samhoud, naar verbinding. Zij hebben indrukwekkende ontmoetingen met voormalig president van Zuid-Afrika F.W. de Klerk en aartsbisschop Desmond Tutu, twee van de meest belangrijke personen in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis en beide overtuigd van de kracht van verbinding voor een betere wereld. Gezamenlijk blikken zij terug op de ontwikkeling van het voormalig verdeelde Zuid-Afrika waar het apartheidsregime lange tijd overheerste en wat de lessen zijn die men daaruit kan trekken.
Estoril 2011: Networking is the way to a new community, a community of ideas
By Salem Samhoud
The Estoril Conference 2011 entitled Global Challenges, Local Answers has taken off. The first few hours consist of a warming up by the Academy parallel sessions. Erasmus University Rotterdam gives insights on ethical leadership and servant leadership. Then the CEO of The Africa Intstitute of South Africa, Dr Matlotleng Patrick Matlou, shakes the tree. He is in the audience and asks two questions. The first question is why the speaker from Rotterdam hasn’t mentioned any female examples of servant leadership. The second question is more to be seen as a remark. Dr Matlou says: “I don’t find your presentation very ‘global’.” These questions pinpoint the complexity of the conference theme; what is global and according to who and how do we track down these local answers?
The global challenges we face aren’t very new, we have this big topics going on for years now: growth of population, climate change, diseases, scarcity of food and water. Companies and governments are not going to respond fiercely because first they are dealing with a relatively new and profound challenge, the financial crisis. And politics, well, you know what politicians say according to one of the speakers, Pauline van der Meer-Mohr: ‘We know what we have to change but we don’t know how to get re-elected.’
What is interesting about Dr Matlou’s words is that although the earth has become a global village we still look at it too much from a western point of view. We invite him to have lunch with us and ask him to explain some more of what he meant with his questions. ‘We have to change our mindset and really exchange ideas on a global scale. If you ask me things can be made quite simple. Servant leadership is a good example. The most local interpretation of an organization is your family. And when you look at your family and consider the concept of servant leadership the best example is the mother in a home. That’s a leader with all characteristics mentioned and she delivers value through her children. To find solutions we have to look further than our own backyard. That is global thinking. Because, when you broaden your scope you will find all kinds of local answers, all over the world. The global challenges we face go beyond country borders and thanks to modern technology we can think off limits. We are global citizens tied to ideas, not to geography. Your passport is not the only thing you have. Your network allows you to become part of a different community, a community of ideas.’
Later that day speaker Howard Dean, former Governor of Vermont and former President of the National Democratic Committee, backs up this idea: ‘Globalization shows results. Young people in the United States don’t make distinctions between race, religion or sexual preferences. They just run the world together. Barack Obama is a representative of these young Americans.’
Hillary Clinton once said ‘it takes a village to find solutions’. She must have meant the global village that hides the local answers. But, with a good network we can find them. And thanks to social media we can dig a lot faster.
Gedogen versus Verbinding – een conceptuele vergelijking
De term ‘gedogen’ wordt – met name in Nederland – vaak geassocieerd met verbinding tussen mensen. Bij deze associatie zou, wanneer iets wordt gedoogd, menselijke redelijkheid (eigen verantwoordelijkheid, persoonlijke vrijheid, etc.) de voorkeur krijgen boven formele onpersoonlijke en betuttelende regeltjes. Bij gedogen wordt verondersteld dat mensen zelf in staat zijn om, in ieder geval op een bepaald vlak, bestaande sociale en juridische regels te laten voor wat ze zijn en deze naar eigen inzicht te overtreden. Deze overtreding van de regel wordt gedoogd; dat wil zeggen dat ze niet wordt bestraft.
De letterlijke betekenis van gedogen is ‘niet optreden tegen iets wat eigenlijk onwettig is’. Begrippen die vaak samengaan om uit te leggen wat men bedoelt met gedogen zijn: tolereren en dulden, toestaan, verdragen en accepteren. Deze laatste termen versterken de suggestie dat gedogen een positieve waarde is die menselijkheid prefereert boven beperkende formele regeltjes en wetten. Tolerantie, verdraagzaamheid, acceptatie zijn immers waarden die we – terecht – associëren met positieve en morele kwaliteiten die uiting geven van een hoge menselijkheid en beschaving
Als illustratie van de betekenis van gedogen verhullen deze termen echter een belangrijk verschil waardoor gedogen fundamenteel verschilt van deze mooie verbindende begrippen. Beter gezegd: er wordt over het algemeen vrij gemakkelijk over dit fundamentele verschil heengestapt. Dit verschil bestaat uit het feit dat bij gedogen er een zeer specifiek element in het geding is: er wordt namelijk altijd een wet overtreden. Bij alle andere termen – tolereren, dulden, verdragen, accepteren, is het niet noodzakelijk dat er een wet wordt overtreden. Je kunt van alles tolereren, maar zodra je een wetsovertreding “tolereert” en niet bestraft, ben je aan het gedogen. Hetzelfde geldt voor verdragen, accepteren, dulden, etc. Formeel gezien kan daarom ook alleen een wetgevende/ wetsprekende instantie gedogen.
Het wettelijke element scheidt gedogen conceptueel gezien van de andere begrippen. Natuurlijk kan een gedoogbeleid worden ervaren als tolerant of verdraagzaam, maar deze ervaringen kunnen dan enkel worden begrepen als subjectieve beschrijvingen van (de gevolgen) van het gedogen en dus niet als wezenlijk onderdeel van het gedogen zelf.
Deze definitie van gedogen als acceptatie van het overtreden van een wet, heeft grote implicaties, met name ten opzichte van het begrip verbinding. De acceptatie van een wetsovertreding betekent – in ieder geval principieel – dat een wet niet als wet wordt beschouwd. Anders gezegd: het wetskarakter van een wet wordt genegeerd. Dit betekent noodzakelijk een negatie van het (juridische) systeem dat ons als mensen in staat stelt om in vrijheid met elkaar samen te leven. Immers, het rechtssysteem (dat zich uit in een juridische systeem van wetten en regels) beschermt ons tegen willekeurig machtsgebruik van anderen en stelt ons in staat om op een optimale manier onze vrijheid te verwerkelijken (bijvoorbeeld door bezit te beschermen, door fysiek geweld te bestraffen, etc). Vrijheid die mensen daadwerkelijk tot stand kunnen brengen, kan alleen bestaan wanneer een rechtssysteem wordt erkend en gerespecteerd. Dit betekent dat een wet enkel en alleen dient te worden gerespecteerd omdat ze uiting is van dit fundamentele rechtsbegrip dat uiteindelijk garant staat voor persoonlijke vrijheid. Negatie van dit principiële systeem betekent negatie van de eigen vrijheid en terugkeer naar een natuurtoestand waarbinnen geen plaats is voor menselijkheid en menselijke waarden als vrijheid en gelijkheid. Immers, in deze toestand zijn geen regels en kan iedereen doen wat hem of haar goeddunkt waardoor geen vrijheid heerst, maar chaos en het recht van de sterkste.
Natuurlijk betekent deze argumentatie niet dat je je altijd aan iedere wet en regel dient te houden. Wanneer een rechtssysteem haar fundamentele taak (de realisering van persoonlijke vrijheid) niet adequaat uitvoert of zelfs hindert, zou je wetten en regels kunnen bediscussiëren. Het principe van gedogen kent dit subtiele voorbehoud echter niet: het gaat per definitie om het toestaan van een wetsovertreding, ongeacht de inhoud van deze wet.
Gedogen staat dus haaks op het principe van verbinding. Immers, verbinding streeft naar een kwalitatief hoge vorm van samenleven en begrijpt dat dit alleen kan in in een samenleving die is gebaseerd op een rechtssysteem. Verbinding negeert dit rechtssysteem niet, maar streeft naar een optimale vorm daarvan, waarbinnen mensen op een optimale manier met elkaar kunnen samenleven.
Gedoogkabinet?
Het gedoogkabinet waar op dit moment sprake van lijkt te zijn (een coalitie tussen VVD en CDA die wordt gedoogd door de PVV) lijkt dus op het eerste gezicht een verkeerde woordkeuze te zijn: we mogen er hopelijk van uitgaan dat de mogelijke regering geen wetsovertredingen zal begaan die oogluikend worden toegestaan. Echter, wanneer ze de gevaarlijke overtuigingen van de PVV daadwerkelijk als beleid zal gaan uitvoeren en daarbij fundamentele (mensen) rechten worden geschaad en niet worden bestraft door justitie, zou de term via een donkere achterdeur wel eens zeer toepasselijk kunnen zijn…
Connect People, Planet and Profit!
Sustainability is key for modern organisations. It’s packed in the triad People, Planet, Profit. A holistic view on organisations has never been the key asset of Anglo Saxon CEOs and managers. Therefore, when a concept like this triad is being introduced, people always tend to prioritize: which of the three P’s comes first? A very comfortable question for decision makers because it gives them the recognizable opportunity to be competitive. So, when the government stimulates responsibility for the environment and on top Al Gore comes by and preaches Planet, then the dice are cast. Profit and Planet fight for the number one position while People fall behind.
Favouring Planet over People is the topic of an article in De Volkskrant of January 30, 2010. The article describes companies like AkzoNobel, TNT and DSM who do very well on the Dow Jones Sustainability Index, but who do very poor on working conditions. This comes to the surface painfully now the worldwide financial crisis forces companies to make choices. And as expected, number three in the ranking of the three P’s is sacrificed. People are being squeezed or fired.
The way to get most out of people is to handle the management principle of Fun & Performance. Fun at work leads to more profit and it will extrapolate the environmental responsibility of organisations. When all employees are connected to the organisation and its policy, they become the engine for growth. Combining Fun and Performance results in realizing goals. By neglecting employees their trust will decline. And when trust becomes an issue then it undermines sustainability. See how for instance distrust has disrupted the world wide financial system.
The same article tells us that investing in people costs a lot of money. However, Fun & Performance teaches us that investing in people isn’t a money issue but a time issue. The highest valued indicator for employees is ‘recognition and appreciation’. In other words taking care of people. Cherish your people because they add value. Value for money.
Recognizing that employees are the biggest source of adding value means that People, Planet and Profit shouldn’t compete with each other. They are one. When will we finally start understanding that our real challenge is the future?
The only way to build a brighter future is connection. The three P’s have to be connected, people within organisations have to be connected, organisations have to be connected. Humanity and nature have to be connected. But first of all, people have to be connected to themselves.
A holistic point of view is necessary to deal with all the challenges we face. It’s not People or Planet or Profit. It’s People and Planet and Profit. &!
Geert Wilders
Geert Wilders, in de Volkskrant van vandaag Geert W genoemd, heeft zijn slinger. Breed uitgemeten media aandacht voor zijn dagvaarding. Wilders is gedagvaard voor haat zaaien, groepsbelediging en aanzetten tot discriminatie. Voor zijn verweer heeft hij een lange lijst namen samengesteld van mensen die hij als getuigen wil oproepen. Een aantal van deze getuigen moet bevestigen dat zij de Nederlandse samenleving bedreigen met hun anti-westerse uitspraken.
Tegen elkaar roepen wat we willen is een manier om de vrijheid van meningsuiting te interpreteren. Laten we alleen niet vergeten dat vrijheid per definitie samengaat met verantwoordelijkheid. Onze verantwoordelijkheid is om inderdaad onze mond open te doen en onze mening te geven, maar om ook onze oren open te houden en te luisteren naar de mening van een ander en te streven naar wederzijds begrip, naar verbinding.
Laten we in dat licht ook de vrijheid van meningsuiting bezien. Alleen roepen leidt tot polarisatie en wederzijds cynisme. Daar kan niets op groeien. We kunnen ons niet afzonderen van de rest van de wereld. We moeten ons juist met elkaar verbinden. Alleen samen komen we verder: Together we build a brighter future.
Bekijk de actuele film Into Connection, gemaakt door Salem Samhoud. Het geeft u wellicht een vollediger begrip van wat er gebeurt rondom het komende proces tegen Geert Wilders:
On connection and Japan
An interesting fact that resulted from our World-wide research on connection, was the surprisingly low score of Japan. With a world-average of 76, the Japanese people scored an average of only 64.
Of course, when these results were coming in, discussion broke loose on how to explain this. Some of us are big fans of Japanese culture and had visited the country quite a lot. Based on their experiences, we actually expected that Japan would devastate the scores of the other countries and would be the unchallenged leader of the global connection index. So what happened? Why these disappointing results?
The first possible explanation that came into mind was that the Japanese people tend to score more conservative. Where we in the West tend to extremes to express our feelings (ten out of ten when something is “OK” and zero out of ten when we encounter some minor problems), Japanese culture prescribes modesty and balance. Therefore, scores tend to be lower, especially in comparison with other countries. However, we had already taken this into account. Based on other statistical research in Japan, we already compensated the figures with regard to the custom of conservative scoring. It might still be of some influence on the final score, but not as extreme as this:

So, does this mean that we may conclude that the Japanese people are just not so well connected? Just to be sure, we sent a small team to Tokyo to find out. They interviewed a lot of people to find out the Japanese stance towards connection and how it is being applied in their daily lives and routines.
Luckily, the conclusions that could be derived out of these interviews were not so disappointing as the cold numbers. People explained to us that, generally speaking, Japanese people consider themselves highly connected. However, the connection tends to be of a different quality then our own. For us, connection between people is something essential – something very fundamental. It takes a very prominent role in our society and is considered very important. In Japan, connection is equally regarded as something fundamental, but it is exercised with much more caution. For Japanese people, it is extremely important to respect the privacy and integrity of other people. Therefore, for them, the acts of connection are much more subtle and exercised with much more care. It seems that in Japan there is a larger gap between the experience of connection (which is quite high, according to the interviews) and the external acts that we (Western people) consider to be expressions of connection.
Could this be a plausible explanation for the low score of Japan? Feel free to share your thoughts with us!
Turkey and the Netherlands as good neighbours!
In the Netherlands, we have a saying that goes “it is better to have a good neighbour then a friend who is far away.” The saying suggests that our culture highly values the connection with our neighbours. Looking at the results of the connection research, I was rather disappointed to find out that Dutch people score very low on connection with their close neighbourhood. For example: only 27% of the people feel connected with their street. People who are generally low connected score even less: a mere 16% of them feels connected with their neighbours! I must admit that I was quite shocked. What does this mean for our society? What does it mean to live in a society where only one in four people feels connected with those who live close by to him or her? Is this the result of the ongoing process of individualisation? It is even more sad when we compare these low results with other countries. It turns out that, in general, people don’t feel really connected with the people they live close by to.
Surprisingly, there is one country that seems to be an exception to these disappointing results: Turkey. In Turkey, an average of 48% feels connected with the people in their street. Of the people who are on a general level well connected, 58% feels highly connected to the people in their street. That is almost two out of three! How can this be explained?
For Turkey the connectivity index is higher than average. For each dimension Turkey has a higher score (connection with yourself, with others, with your organisation). With regard to the connection to others the Turkish are more open, but especially more critical. They speak out what’s on their mind (much) more often than average and confront others with their shortcomings. In return they consider it to be important that others tell them about possible improvements. Out of all the countries involved in this survey, the Turkish are the most open-minded. Furthermore it is noticeable that the Turkish indicate more often that they like to discover new things.
Studying these results, I noticed that Turkish people scored much higher on qualities that we in the Netherlands claim to be “typically Dutch”: being open minded, being critical and tell others exactly how it is. And, as it turned out, all these qualities were being accompanied with the remarkably high connection with the people from their own streets. I could safely conclude that Turks must be good neighbours!
My thoughts wandered off to the discussions that took place in the Netherlands a couple of months ago and might still be going on today; on the possibility of Turkey joining the EU. A lot of people had strong sentiments against this proposal. Sentiments that are based on the conviction that the Turkish culture is so different from our own, that it must be impossible to work together in a single community. I must admit that I wasn’t one of those people but now I was beginning to have doubts. Perhaps they have a point. Perhaps Turks are indeed different from us. The results show that, contrary to the average Dutchman, they are open-minded, tolerant, and like to be told how it is. And, perhaps the most important fact; they seem to be pretty damn good neighbours!
Perhaps it is a good Idea to warn Turkey not to be too eager to become a member of the EU. We might want to warn them that their new neighbours might not be the perfect couple that they appear to be – that they themselves want to be. Perhaps we should turn the tables and, in all modesty, ask Turkey if we can join them and learn how to become a good neighbour. Perhaps their open-mindedness and love for new things will move them to accept us.
Is it true what they say about men and women? On connection and stereotypes
A global research has been conducted into connection. In 14 counties ‘&intoconnection’ researched what it means to people to be strongly or weakly connected. This research proves a.o. that connection has a positive influence on the lives of people.
If we look at the figures and ask if women are better connected then men, we can safely say: “Yes, a little”. In most countries women are a little bit better connected then their male companions. Closer studies show that men are slightly better connected with themselves: especially when they are young they seem to know better what they want in life and how they can get it. However, it seems that for women, wisdom comes with age. By the time they reach their 40’s, they have taken over the men and score about the same on these topics.
So far these results seem to match our prejudiced stereotyping of men and women. Men – especially the young and ambitious ones – are mainly focused on themselves and attaining a successful career and see others as competition rather then intimate companionship. Women, being more softer and social are much better connected to others, which suits with a more ‘domestic’ choice of career. “Hey, isn’t that our nature?!” And again, these very political incorrect assumptions seem to be correct when we look at the results. When we examine the figures, the big difference that make women better connected is indeed being made when we include the results of connection with others. Women score significantly higher then man.
For all men who think they finally have some statistic to prove their superior role; I’m sorry to disappoint you. The connection with others that is measured here goes much deeper than superficial blabbering.
So this is the moment where we should abandon our stereotypes (if you hadn’t already; welcome to the 21st century). The connection that we have measured, is closely related with personal success. Being well connected means that you will be more successful. It enables people to engage in better and more valuable relationships in which it is much easier to realise your personal goals. So if connection is the key to success, and men regards themselves as competitive strivers for success, then it appears that they are being beaten by the women!
So men should not shove the importance of connection aside because they are too busy with their successful career. They should not dismiss the concept as “soft”. If you want to achieve success in life, perhaps it is a good idea to have a few meetings with your female colleagues and learn something from their abilities to connect!
For more information on the global research or of the &intoconnection movement that inspires people to connect, see www.intoconnection.com or join us on Facebook or Linkedin.
Geloof, hoop en perspectief
Door Joop Alberda
Onlangs was ik twee dagen lang te gast in Brussel bij de Europese Commissie, waar ik onder andere een ontmoeting had met Neelie Kroes. Ik was daar met dezelfde groep mensen met wie ik in november 2008 ook in Amerika was om de historische overwinning van Obama van dichtbij mee te maken. Mijn Brussel ervaring kan ik samenvatten in drie woorden: geloof, hoop en perspectief.
GELOOF niet zomaar wat media zeggen
Het nieuwe geloof is de media, zo lijkt het. In ons democratische bestel zijn beelden echter anders dan de werkelijkheid die je ter plaatse waarneemt. Dat is geen nieuws, ik weet bijvoorbeeld dat Joop Alberda de laatste 13 jaar niet is veranderd in de ogen van de media. Voor velen ben ik vereeuwigd op 4 augustus 1996. Toen wonnen de volleybalmannen goud in Atlanta. Tot op de dag van vandaag ben ik die Joop Alberda. De impact van zo’n gebeurtenis is enorm. Het is fascinerend, en in zekere zin ook beangstigend.
In Brussel hadden we een ontmoeting met een journalist die verslag had gedaan van het recente bezoek van Barack Obama aan Brussel. Een vileine analyse was het. Maar is het de waarheid? Ik ben blij dat ik heb kunnen zien hoe de praktijk werkt. Dat gaat als volgt. De politieke vergadering waar Obama aan deelnam speelde zich af achter gesloten deuren. Vervolgens gaan tientallen woordvoerders in de slag met 3000 journalisten. Niemand van hen was bij de vergadering, maar het verhaal dat ze maken, brengen ze als de waarheid.
De snelheid van de media, je moet goed zijn in het verkondigen van oneliners, leiden tot vervlakking van de politieke arena. Maar het zijn niet alleen de media die dat in de hand werken. Het is ook het systeem van spreken in het parlement. Er mag continu worden geïnterrumpeerd. Als Balkenende zijn visie zou willen geven op democratie, op het nieuwe leiderschap, op de toekomst van ons land, dan wordt hem dat onmogelijk gemaakt. Hij krijgt eenvoudigweg niet de kans zijn verhaal af te maken, dankzij de interruptiemicrofoon. Als toeschouwer haak je uiteindelijk af. Andersom is het gebeurd dat Geert Wilders 3 minuten de tijd kreeg om uitleg te geven over zijn film Fitna. Wilders werd echter zo vaak in de rede gevallen, dat zijn toelichting uiteindelijk anderhalf uur in beslag nam. Zou het helpen als die spelregels eens worden aangepast?
HOOP is gevestigd op de toekomst
In de toekomst moeten we hopen dat hoor en wederhoor niet leidt tot een virtuele kakofonie; mensen twitteren er inmiddels lustig op los. We discussieerden over de journalistieke principes van de toekomst en over de manier waarop jongeren en ouderen in de toekomst communiceren. Jongeren hebben een ingebouwde rode vlag die gaat wapperen zodra ze worden geconfronteerd met media. Zij weten dat veel van wat ze zien en lezen, niet waar is, of in elk geval subjectief. Ouderen vinden hun weg steeds gemakkelijker in de online media. Een interessante vraag is of de gedrukte krant wel blijft bestaan. Of zitten we straks allemaal met een Kindle op schoot? Onder deze discussie ligt een veel diepere discussie. Die gaat over de nieuwe democratie, over leiderschap en over samenhang in de samenleving.
We hadden ook een korte ontmoeting met Neelie Kroes. Die ontmoeting was indrukwekkend. Ze is een zeer vitale vrouw met een stijl van openheid: helder, duidelijk en transparant. En zo benadert ze ook de vraagstukken die op haar bureau komen te liggen, zoals de vraag of het mogelijk is of publieke en private omroepen zouden kunnen samenwerken. Zij vindt van wel, mits je de geldstromen goed scheidt en je er een transparante bedrijfsvoering op na houdt.
PERSPECTIEF voor mensen leidt tot verbinding
Brussel was tegelijkertijd een soort reünie van een groep mensen met wie ik ook in november vorig jaar de Verenigde Staten bezocht, om de presidentsverkiezingen van dichtbij mee te maken. Die groep mensen is uniek. Bij binnenkomst voel je al de eenheid die is ontstaan toen we de ‘Obama mania’ beleefden en getuige waren van het historische moment dat Barack Obama werd gekozen tot president van de Verenigde Staten. Deze groep is hecht en heeft een eenduidig karakter van nieuwsgierigheid, kennis willen delen zonder verborgen agenda’s. Kortom, openheid. Met zo’n groep zulke indrukwekkende evenementen meemaken schept een eeuwigdurend energieverband. Hetzelfde is gebeurd toen we met &Samhoud in Washington waren bij de inauguratie van Barack Obama.
Laten we die energie blijven bundelen. Together we’ll build a brighter future.