&samhoud blog

Voorkomen of genezen, dat is de vraag

Posted in Zorg by salemsamhoud on February 21st, 2012

Geschreven door Barbara de Greef en Otie Hauser:

 

Enige tijd geleden was ik in Boston, bekend als de stad van de tv serie Cheers, maar ook de stad waar men opnieuw geschiedenis aan het schrijven is, zeker binnen de zorgsector. Tijdens een training die ik aan de overkant van de rivier in Cambridge volgde, kwam een verhaal ter sprake over een lokaal kinderziekenhuis.

Dit opmerkeijke en baanbrekend verhaal speelt zich af op de astma-afdeling van het Childrens Hospital in Boston (CHB). Ruim 70 procent van de opnames in het CHB bestaat uit kinderen uit Boston en omgeving met een astma-aandoening. Toen uit statistieken bleek dat er een explosieve groei in spoedopnames gaande was van kinderen uit bepaalde “mindere wijken”, werd er alarm geslagen.

Het CHB besloot te onderzoeken wat de grondoorzaak was van deze explosieve groei. In samenwerking met onder andere de gemeente werd het “Community Asthma Initiative” (CAI) gestart. Doel van dit initiatief is om de lasten van astma voor deze kinderen, hun families en de gemeenschap te reduceren.

Het programma is anders dan anders, praktisch en zeer doeltreffend. Zo zijn de betrokken zorgmedewerkers binnen het CAI gestart met thuisbezoeken bij deze kinderen en hun families. Tijdens deze thuisbezoeken geven ze de gezinnen tips en adviezen om een ‘astma vriendelijke’ leefomgeving te creëren en te behouden. Daarbij kun je denken aan advies over welk soort beddengoed te gebruiken, hoe vaak schoon te maken, wat te doen met voedingen en wat te doen als je merkt dat je kind een aanval heeft of het benauwd krijgt. Daarnaast zijn ook stofzuigers uitgedeeld aan de gezinnen die dit niet konden betalen.

De reacties van de gezinnen waren erg positief. Zij hadden het gevoel dat ze echt praktische tips en adviezen kregen waarmee ze de gezondheid van hun kind konden verbeteren. Maar de aanpak heeft ook effect op de zorgmedewerkers van het CHB die actief betrokken zijn binnen dit initiatief. Zij zijn meer betrokken bij het verbeteren van de leefomgeving van hun patientjes. Ze creëren echte meetbare waarde door hun patientjes gezond te houden in plaats van beter te maken.

De cijfers liegen er niet om
Bij de kinderen die deelnamen in het CAI zijn de spoedopnames met 61% gedaald en ook de reguliere ziekenhuisopnames zijn met 81% gedaald. Ik viel tijdens de training bijna van mijn stoel toen ik dit hoorde. Binnen een jaar dit resultaat! Het is dan ook begrijpelijk dat het CHB en haar aanpak enorm in de belangstelling staat. Het initiatief leverde het CHB een belangrijke healthcare award op. Uit gezondheidsoogpunt is het ronduit een succesverhaal.

Maar dan..
 “Voorkomen is beter dan genezen” luidt het spreekwoord. Met andere woorden: op preventie gerichte activiteiten zijn op langere termijn vaak vele malen goed koper. Maar vanuit de financiële stromen van de overheid en de daaraan gekoppelde vergoedingenstructuur van zorgverzekeraars is dit voor ziekenhuizen ‘business wise’ niet heel verstandig. Mensen moeten vaak eerst daadwerkelijk ziek worden voordat verleende zorg vergoed wordt. Het CHB zet gewoon door met het gezond houden van hun patienten maar tegelijkertijd draaien ze daarmee kun kraan qua inkomsten dicht. Zij trachten zowel in de gemeenschap als op verschillende overheidsniveaus bewustwording te creëren voor astma om zowel beleidsmakers als verzekeringsmaatschappijen te motiveren een adequate dekking van de kosten van dit programma op te nemen in hun polissen. Tot die tijd kunnen zij de zorg voor een gerichte groep patiënten financieren door genereuze schenkingen van de ‘Bank of America’ en de stichting ‘Healthy Tommorrows for Children’ en een subsidie van het ‘Centre for Disease Control and Prevention’.

Dit ziekenhuis heeft laten zien dat het draait om de zorg en dat het erom gaat ervoor te zorgen dat hun patiënten niet ziek worden maar gezond blijven. Voorkomen is beter dan genezen!

De financiële sector disfunctioneert door masculiene waarden

Posted in leiderschap by salemsamhoud on February 8th, 2012

Geschreven door Carolien Bijen

Gisteren was ik op het congres van Women In Financial Services (WIFS) waar 200 vrouwen bijeen kwamen om te praten over de “change” in financiële sector. En weer werd ik bevestigd in mijn idee, zoals beschreven in mijn boek (S)TOPvrouw!, dat de hele financiële crisis niet had plaatsgevonden als feminiene waarden in financiële organisaties dominanter waren geweest.

Keynotespeaker Herman Wijffels concludeerde dat de financiële sector niet langer dienstbaar is aan de maatschappij maar er op parasiteert: “De financiële sector heeft gedisfunctioneerd”. Een van de redenen hiervoor, zegt Wijffels, is dat de masculiene en feminiene krachten niet in balans zijn. Wijffels denkt dat de feminiene krachten te timide zijn, hij roept vrouwen dan ook op om in hun kracht te gaan staan. Toch vraag ik me af of dit nou de oplossing is als vrouwen simpelweg weinig te vertellen hebben in de financiële sector, er zijn er veel te weinig aan de top.

In (S)TOPvrouw! onderzocht ik de klimfactoren en de ‘uitglij’ factoren van vrouwen naar de top; de klimfactoren van succesvolle vrouwen zijn: doelgericht zijn, een visie hebben, het juiste team om zich heen vormen, veel zelfvertrouwen hebben, een rolmodel zijn, proactief zijn en een netwerk om zich heen creëren. En waar precies glijden vrouwen uit op het pad op weg naar de bestuurskamer? Volgens henzelf is parttime werken de grootste drempel voor vrouwen om door te groeien naar de top (54%), op de voet gevolgd door een organisatiecultuur die vooral gericht is op mannen (48%).

Feminisering van organisaties
En dat laatste is precies waarvan de sprekers gisteren zeiden dat er hard aan gewerkt wordt. Joanne Kellerman van DNB zei dat ook de Raad van Bestuur van DNB zichzelf flink is tegen gekomen. En dat Nout Wellink, als hij dat nog niet deed, wel vaak in de spiegel heeft gekeken. Tijd dus voor een feminiseringslag binnen financiële instellingen. En het creëren van een organisatiecultuur en structuur die ervoor zorgt dat de financiële sector in de toekomst op een zorgvuldige wijze omspringt met haar grote maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Carolien Bijen is founder van &samhoud women en schrijfster van het boek (S)TOPvrouw!

Verbinding tussen betrokken partijen leidt tot verbeteringen in de ouderenzorg

Posted in Zorg by salemsamhoud on February 7th, 2012

Door Barbara De Greeff en Pleuni Vullers

Het is donderdagavond 25 augustus 2011 als een kleine dertig mensen bijeenkomen in het Huis van Verbinding in Utrecht. Aanwezig zijn vertegenwoordigers uit het onderwijsveld, de zorginstellingen, gemeente Utrecht, zorgverzekeraars en relevante marktpartijen. Wat hen bindt is passie voor ouderenzorg. De deelnemers wisselen ideeën uit en ontwikkelen nieuwe initiatieven die moeten leiden tot doorbraken in de onderlinge samenwerking. Thema’s zijn ‘branche vreemde zij-instromers’, ‘imago & behoud’, ‘zakelijk met aandacht’ en ‘technologie’. De avond dient als opmaat voor het congres “Lang zullen we leven” dat georganiseerd wordt op 3 november door ROC Midden Nederland waar zij ook een actieve bijdrage aan zullen leveren.

De bijeenkomst is een initiatief van adviesbureau &samhoud en het Utrecht Development Board van gemeente Utrecht. Zij willen iets doen aan het probleem dat speelt in de ouderenzorg: de arbeidsmarkt is krap, er is aan de ene kant weinig instroom van jongen mensen op ROC’s die kiezen voor een opleiding in de ouderenzorg en aan de andere kant is de uitstroom bij ROC’s en in de VVT groot. Het doel: met elkaar een concreet initiatief starten en realiseren voor de stad Utrecht op het gebied van onderwijs en ouderenzorg.

Tegen het eind van 2011, als het congres van 3 november achter de rug is, maken we de balans op van de inspanningen in het afgelopen half jaar en bespreken we de plannen voor 2012. &samhoud evalueert met drie hoofdrolspelers: Sandra Kuijpers, regiomanager Leidsche Rijn bij zorginstelling Axion Continu, Robert Koch, directeur Strategische Accounts bij ROC Midden Nederland en Trude Maas, voorzitter van de Utrecht Development Board. Eerste conclusie: op individuele basis zijn er veel goede initiatieven gestart. Zo is het ROC zelfs een nieuwe opleidingsvariant ouderenzorg gestart. Deze positieve ontwikkeling moet nu worden voortgezet met meer onderlinge verbinding en gezamenlijk optrekken.

Sandra Kuijpers: ‘We hebben veel gedaan in de afgelopen periode. Wij ervaren dat jongeren voornamelijk contact maken via hun smart phone. Daarom zijn we een Twitter account gestart, schrijven we blogs en vullen we samen met het ROC het e-learning programma in. Bovendien volgen we op internet wat er over ons verschijnt en daar reageren we op. Ook op het vlak van ICT zetten we stappen en werken we aan het virtuele verzorgingstehuis. Een heel ander initiatief om jonge mensen bekend te maken met het vak zorg is een kunstproject in Leidsche Rijn dat heet ‘Samen tafelen’. Jonge mensen gaan samen eten met ouderen en dan komen dingen terug als hoe dek je een tafel? Bovendien wordt er oud Hollands gegeten, zoals pastinaken. Dat kunstproject zorgt voor verbinding en laat bovendien zien hoe mooi het vak kan zijn.’

Ook Robert Koch heeft een rijtje acties paraat: ‘Technologie gaat een steeds belangrijker rol spelen in de opleiding. Samen met Philips Engineering en een aantal van onze docenten gaan we een verkenning starten in de toepassing van (beeld-)technologie. Met Portaal hebben we eerste contacten gelegd over technologische mogelijkheden. Dankzij glasvezel is er nu veel meer mogelijk. Maar onderhoud is net zo belangrijk als de toepassingen die mogelijk zijn. We willen een nieuwe module ontwikkelen op het ROC zodat studenten het onderhoud van het netwerk gaan doen. Ook gaan we meedoen aan het initiatief Samen Online, de gesprekken zijn net gestart. Daarbij is het de bedoeling om studenten ICT en Welzijn te koppelen aan ouderen om deze laatste groep computervaardig te maken. En dan is er nog het project beeldtaal waarbij we willen werken aan een domeinbrede aanpak van ouderenzorg op afstand, via beeldschermen.’

Trude Maas: ‘Het verbaast mij niets dat er zoveel initiatief is. Tijdens de bijeenkomsten die we tot nu toe met elkaar hebben gehad bleven er veel mensen hangen. Het onderwerp appelleerde, er was veel energie, veel bereidheid. Er werden veel visitekaartjes uitgewisseld. De sense of urgency leeft en mensen willen echt tijd en moeite investeren.’

De onderlinge afstemming groeit
Maar, concluderen ze alle drie, de initiatieven worden wel met marktpartijen gestart maar nog te weinig binnen de driehoek opleiding, zorginstelling en lokaal bestuur. En daar is winst te behalen, bijvoorbeeld op het vlak van arbeidsmarkt.
Sandra Kuijpers: ‘Scholing sluit niet goed aan bij het werkveld. In onze zorginstelling is kleinschalig wonen een trend die we een aantal jaar geleden hebben ingezet. En met succes, want de kwaliteit van zorg en leven voor ouderen is enorm verbeterd. De opleiding sluit daar echter niet goed op aan. Kleinschalig wonen is nu een van de modules in de opleiding. Praktijkbegeleiders, de linking pin tussen opleiding en praktijk, bestaan niet meer. En als ik studenten aanspreek op hun houding, dan krijg ik te maken met het ROC. Ik denk er hard aan om zelf een opleiding te beginnen, binnen de muren van onze zorginstelling.’

Robert Koch reageert: ‘Ik ben erg voor opleidingen op locatie. De goede studentresultaten, want die zijn er ook genoeg, zijn 1 op 1 het gevolg van bevlogen docententeams. Ik ben dan ook een groot voorstander van praktiserende docenten die studenten begeleiden bij de theorie en in de praktijk. Dat vraagt ook weer om een gedurfde aanpassing in het docentenkorps. Je zou namelijk de vaste formatie kunnen afslanken en aanvullen door flexibele praktiserende en didactisch gekwalificeerde docenten die je inhuurt buiten de muren van de school, op de stageplekken. Je zou dus inderdaad kunnen zeggen dat kleinschalig wonen een ontwikkeling is die ook in het onderwijs zou moeten worden doorgevoerd: terug naar het kleinschalig studeren. En wel op locatie, binnen de muren van de instellingen. Bij onder andere Meander Medisch Centrum in Amersfoort doen we dat al. Daar leiden we jonge mensen ter plaatse op.

Het punt is de korte en de lange termijn. Je kunt eenvoudig MBO studenten mijns inziens niet inzetten om per direct veranderingen in nieuwe begeleidings- en zorgconcepten door te voeren. MBO studenten moeten zien, kopiëren en zich de praktijk eigen maken. De stage is voor hen grootste leereenheid. Ze zijn jong als ze op de werkvloer komen en moeten hard werken om werk te leren. Nieuwe begeleidings- en zorgconcepten zouden wel via specifieke leerafdelingen geleerd kunnen worden, waarbij de professionals op de werkvloer al ingevoerd zijn in een nieuwe manier van werken . Innovatie moet eigenlijk komen van de studentbegeleiders en van de professionals.

Ik zal direct toegeven dat de kwaliteit van docententeams niet altijd voldoende is om aan te kunnen sluiten bij de ontwikkelingen in het werkveld. Er heerst soms een wat afwachtende cultuur. Laat me hun situatie schetsen. Zij krijgen veel studenten op hun pad die zelf niet goed kunnen kiezen wat ze willen en die dus geholpen moeten worden. Daarnaast is een op de drie studenten overbelast. Er is bijvoorbeeld sprake van financiële problemen waardoor schuldhulpverlening moet worden ingeschakeld. Zij ontwikkelen een gedrag van zoeken naar korte termijn oplossingen. Ik ken studenten die maar deels, bijvoorbeeld tot 15.00 uur op stage kunnen of willen omdat ze daarna moeten werken in de supermarkt om hun schulden af te lossen. Ten tweede worstelen veel studenten met hun eigen ontwikkeling, studie- en beroepskeuze . Dat leidt tot extra loopbaanbegeleidingvragen en soms depressieve klachten. De wachttijd voor speciale hulp is soms vijf maanden. De omvang van dit probleem drukt op de kerntaak van ROC’s: vakmensen opleiden.’

Op zoek naar een betere afstemming met landelijk beleid
De uitdaging wordt om nog meer zichtbaarheid te creëren bij de mensen die het landelijk beleid ontwikkelen. Kleinschalig wonen bijvoorbeeld is zo’n succesvol initiatief dat het prominent onderdeel moet zijn van de toekomstplannen van koepelorganisaties en ministerie.

Een veelgenoemd getal is 12.000: inderdaad, het aantal beloofde verpleegkundigen en verzorgendenuit de kabinetsplannen. In de discussies die &samhoud en UDB in de afgelopen maanden organiseerden vragen mensen zich hardop af waar deze 12.000 vandaan gaan komen? En, wat minstens zo belangrijk is: wat gaan ze doen? De 12.000 beoogde verpleegkundigen zijn in het beleid van minister Schippers ‘ingeboekt’ ter vervanging van bestaande functies. Maar zowel AxionContinu als ROC Midden Nederland merken op dat behoeften en technologie veranderen en zorg adequater kunnen maken, en efficiënter. Landelijke prognoses over tekorten gaan vaak over een één-op-één vervangingsbehoefte en zijn niet altijd gericht op innovatie, nieuwe professionals of veranderende functie-eisen.
Robert Koch: ‘Nog even los van de zorg, waar je concreet kunt denken aan beeldzorg als gedeeltelijke vervanging van handen aan het bed, heb ik een heel concreet voorbeeld op onderwijsgebied waar efficiencyverbetering niet wordt doorgevoerd vanwege landelijk beleid. Op het ROC Midden Nederland werken wij samen met het LOI op het gebied van e-learning. Het ministerie zegt echter: e-learning is geen docentcontact, dus deze opleding voldoet mogelijk niet aan de aangescherpte eisen. Terwijl, het biedt zoveel mooie kansen, zowel aan werkgevers als aan zij-instromers in de zorg, zeker op efficiencygebied. Daar moeten we met elkaar over in gesprek blijven. Innovatie op ROC’s moet gefaciliteerd worden en in een redelijk hoog tempo: ROC ’s moeten opleiden voor de dag van morgen.’

Op weg naar meer verbinding
Trude Maas: ‘Uiteindelijk staat of valt het met de kwaliteit en inzet van mensen, aan welke kant van de zorg voor ouderen zij ook zitten. Je moet de juiste mensen met de juiste instelling hebben. En die moet je met elkaar verbinden. We moeten meer verbinden, dat gebeurt veel te weinig. Ik stel in mijn netwerk mensen aan elkaar voor die veel aan elkaar kunnen hebben. Wat we nodig hebben is een partij die de kar trekt. Van alle kanten zijn er welwillende mensen met elk hun eigen belang. Maar daarmee beweegt er nog niets. Wie heeft de massa om de regie te voeren tot op de juiste niveaus?

Je hebt ROC’s, zorginstellingen, lokaal bestuur en marktpartijen. En dan heb je nog de zorgverzekeraars die een belangrijke rol kunnen spelen. Zij vertegenwoordigen een belangrijke financiële prikkel. Kwaliteit en bekostiging gaan altijd samen. Zorgverzekeraars zijn echter meer dan een bank. Als we er voor kunnen zorgen dat zij ook aan tafel zitten en hun inbreng kunnen leveren als het systeem wordt uitgedacht, dan hebben we een sterke partij erbij.

Technologie speelt een steeds grotere rol in de zorg. Maar de paradox is dat de technologie continuïteit belemmert, juist vanwege dat zakelijke belang. De afstemming tussen wensen en aanbod is ongelooflijk lastig. Je kunt het vergelijken met woningcorporaties die klagen over nieuw opgeleverde woningen die niet future proof zijn.’

Alle drie zijn het eens. In de afgelopen maanden is er een bijzondere groep mensen opgestaan en bijeen gekomen om met elkaar te werken aan betere zorg voor ouderen. Ze zijn er van overtuigd dat het initiatief nog een extra impuls nodig heeft, extra tijd ook met meer bijeenkomsten in het komende jaar zodat het netwerk zich verstevigt. Dan kan ook het imago van de ouderenzorg worden verbeterd. Onderdeel daarvan is het betrekken van jonge mensen uit de verschillende organisaties zodat zij de verbinding kunnen maken met de jongeren die in de toekomst in de zorg willen gaan werken.

Onze conclusie is dat veranderingen in de ouderenzorg vraagt om een lange adem en verbindende inspanningen. Graag roepen we belanghebbenden op zich aan te sluiten bij dit van oorsprong spontane maar inmiddels effectieve netwerk, via b.degreeff@samhoud.com: Together we build a brighter future.

Barbara de Greeff is partner bij gewoon ongewoon adviesbureau &samhoud. Pleuni Vullers is adviseur bij &samhoud. Beide zijn gespecialiseerd in waardecreatie in de zorg

Tagged with: