Klantgerichte zorg – lessen uit het hospice
Door Renate Kranenburg
Op een mooie najaarsdag ben ik bij mijn hoogbejaarde oma in het hospice Alkmaar. We drinken een wijntje en delen verhalen over vergane tijden. Er wordt op de deur geklopt en een van de vrijwilligsters van het hospice komt binnen. “Ach, wat is dit een bijzondere avond voor jullie!”, roept ze uit, en er verschijnt een lach op haar gezicht. “Ik ga er alles aan doen om die onvergetelijk te laten zijn”, vervolgt ze. “U drinkt toch het liefst zoete witte wijn? Die ga ik even voor u halen. Willen jullie nog iets eten?” Het gezicht van mijn oma staat bedenkelijk. “Ja, doet u maar wat chips, en kaasbolletjes, die vind ik zo lekker.” En weg is de vrouw wie het niets te veel is om het mijn oma en mij vanavond volledig naar onze zin te maken. Het was de laatste avond die ik met haar heb gehad. En die was inderdaad onvergetelijk.
De klant centraal stellen. In het hospice Alkmaar draait het in de eerste plaats daarom. Het hospice Alkmaar heeft plek voor 8 bewoners en draait op de inzet van 120 vrijwilligers, één arts en 15 verpleegkundigen en verzorgers. Voor de financiën is het hospice grotendeels afhankelijk van donaties van welwillende gevers. Onder de 118 hospices in Nederland is het gemiddelde cijfer voor klanttevredenheid een 8,8 (Zorgkaartnederland.nl). Gezien mijn positieve ervaring in het hospice Alkmaar is deze hoge waardering niet verwonderlijk. Kennelijk zijn hospices goed in staat de klant centraal te stellen. Andere zorginstellingen zouden iets van deze organisaties kunnen leren. Er wordt immers al jarenlang gepraat over het belang van het centraal stellen van de klant, maar in de praktijk komt hier vaak nog niet veel van terecht.
Klantgerichtheid in denken en doen
De klant centraal stellen houdt in het denken en handelen vanuit het perspectief van de klant. Daarbij gaat het om het geven van zorg waar behoefte aan is op een kwalitatief goede manier. In het geval van mijn oma begon dit met echte interesse van de verzorgers in haar. Deze liefdevolle vrijwilligers hadden daarbij de tijd om de nodige aandacht aan haar te besteden, om verbinding te maken. Van enige druk om met een gejaagde blik op de klok mijn oma’s steunkousen in één minuut aan te moeten trekken was op het oog geen sprake. Daarnaast werd mijn oma’s mening over zaken die haar aangingen gevraagd én gehoord. Dit was belangrijk voor haar, omdat ze hierdoor de regie over haar leven in eigen handen kon houden. Ook beperkte de zorg voor mijn oma zich niet tot enkel lichamelijke zorg. De palliatieve zorg die zij ontving bestond uit aandacht voor lichaam, geest en ziel. In de levensfase waarin mijn oma zich bevond was dit waar zij behoefte aan had. Verder werd niet alleen mijn oma als klant gezien, maar ook haar naasten. Mijn familie werd actief betrokken bij haar zorgproces. Het stond ze vrij om haar op ieder tijdstip van de dag te bezoeken en als je wilde, kon je ´s avonds een hapje mee-eten. Er werd gedacht in mogelijkheden en niet in beperkingen. Kortom, er werd gestreefd naar een zo goed mogelijke afstemming van de wensen en behoeften van alle gasten.
Lessen uit het hospice
Klantgerichtheid kan op verschillende manieren een centrale plaats krijgen in zorginstellingen. Ten eerste is het belangrijk dat er een klantgerichte zorginfrastructuur wordt gecreëerd. Om deze verder te verbeteren is een integrale aanpak nodig die de afstemming tussen zorgprofessionals onderling stimuleert en waarin de samenwerking tussen zorgaanbieder, zorgverzekeraar en overheid verbeterd wordt.
Zorginstellingen op hun beurt zouden het centraal stellen van de klant moeten verweven in het DNA van hun organisatie. Hier is soms een cultuuromslag voor nodig waarbij klantgerichtheid verankerd wordt in houding en gedrag van de medewerkers in de praktijk. Hierbij valt te denken aan het integreren van klantgerichtheid in dagstarten, opleidingen, evaluatiegesprekken, en vooral in het alledaagse contact van de zorgverlener met de klant. Klantgerichtheid is namelijk niet te bereiken met goede intenties alleen. Het gaat om het waarmaken ervan. Dan creëer je waarde. Naast een cultuuromslag die soms nodig is, kunnen regels en procedures klantgerichtheid in de weg staan. Procedures en regels moeten zoveel mogelijk ten dienste staan van de behoeften van de individuele klant.
Uit het voorbeeld van het hospice Alkmaar blijkt dat voldoende tijd voor de klant een belangrijke factor is die bijdraagt aan klanttevredenheid. Maar ook de medewerkertevredenheid is er bij gebaat. In deze tijd van personeelstekort in de zorg en de tsunami aan zorgvraag die grijs Nederland dreigt te overspoelen, is het belangrijk om het zorgverlenervak aantrekkelijk te houden. Zorgprofessionals die hun vak kiezen vanuit passie om voor anderen te zorgen willen voldoende tijd en aandacht aan hun klant kunnen besteden. Te veel tijdsdruk of een overmaat aan administratieve taken doen de medewerkertevredenheid geen goed.
En uiteraard is het aan zowel de zorgprofessional als de klant zelf om invulling te geven aan klantgerichtheid. De klant zelf kan bijdragen door zich niet afhankelijk op te stellen van de zorgprofessional maar zelf actief te participeren in het zorgproces en zich uit te spreken wanneer klantgerichtheid ontbreekt. De stem van de klant moet immers eerst klinken voor deze gehoord kan worden. Het is de taak van de zorgprofessional om een veilige sfeer te creëren waarin klanten zich durven uit te spreken. Houding en gedrag van de zorgprofessional zijn cruciaal. Het geven van respectvolle aandacht is daarbij minstens zo belangrijk als het bieden van kwalitatief hoogwaardige medische en verpleegkundige zorg.
Goed voorbeeld doet volgen?
Het hospice Alkmaar heeft een positieve invloed gehad op de kwaliteit van leven van mijn oma en van haar naasten. Maar mijn oma is niet de enige die het verdiende om op een klantgerichte manier te worden verzorgd. Ook andere klanten, medewerkers en organisaties verdienen dat. Iedereen die te maken heeft met zorg kan iets betekenen en waarde toevoegen. Dat verhoogt de tevredenheid van alle betrokkenen. Klantgerichte zorg mag niet als een oeverloze kreet verworden tot een echo die nagalmt in de gangen van zorginstellingen.
Narayana Hrudayalaya: Creating value with a heart
By Nur Hamurcu and Sahil Sharma
A picture of Mother Teresa adorning a wall of Narayana Hrudayalaya Hospital (NH) reads: “Hands that serve are more sacred than lips that pray”. NH may well be the one of the few hospitals in the world which has taken this quote by Mother Teresa to heart. ‘Caring with compassion’ are not just three words for the people that work here, but something that adds meaning to their lives and the lives of the numerous people that visit this hospital for treatment from all over India and abroad. Many have come to refer to it as a ‘hospital with a heart’. Rightly so. In the history of NH, it has never turned away patients due to lack of funds.
NH, located in the city of Bangalore, India, is one of the world’s largest cardiac and pediatric hospitals in the world. The NH group is led by Dr. Devi Prasad Shetty, a cardiac surgeon, who served as the personal physician to Mother Teresa herself. Today, NH is an inspiring example of how a vision has changed the very landscape of the healthcare sector which is marred by increasing costs and depreciating quality of compassion and care. A hospital that is creating life value for the people who could not afford it to begin with, and in the process is creating value for its employees by giving them a raison d’être and for itself by achieving profitable growth.
How did this phenomenon called NH start? Dr. Shetty found his sense of excitement in the experiences he shared with Mother Teresa as her personal physician. One can only imagine the deep philosophical conversations between the two in finding the true meaning of a compassionate life. The doctor, in every true sense, had found his ‘calling’ to serve. This was followed by an increased sense of urgency based on some alarming figures. Dr. Shetty recalled the dismal numbers included in an interview with The Wharton School, “The first heart surgery was done over a hundred years ago, but even today only 8% of the world’s population can afford heart operations. In India, around 2.5 million people require heart surgeries every year, but all of the country’s doctors put together perform only 80,000 to 90,000 surgeries a year”.
This sense of excitement coupled with the sense of urgency equipped Dr. Shetty to go out and build a team of doctors who share the same feeling of compassion and were willing to commit to it. By effectively creating ownership in his team he had instantly made multiple owners and gave them a platform to address it in the form of Narayana Hrudayalaya Hospital located in the bustling IT hub of the east, Bangalore.
NH´s unique business model is driven by an equally unique shared vision: ‘To make quality healthcare accessible and affordable for all’. A quick analysis reveals that Dr. Shetty made a clear strategy map for NH for the next ten years. In fact, what Dr. Shetty had effectively done, is what we at &samhoud call, setting the direction of the organisation around three major components: Vision, Strategy and Brand. The success attained by NH today reflects the power of a vision shared by its people. This vision is deeply rooted in the strategy of NH. NH’s strategy is based on the premise of economies of scale. By driving huge volumes, even of procedures as sophisticated, delicate and dangerous as heart surgery, NH has managed to drive down the cost of health care in India. Its value proposition is in fact its vision to make quality healthcare accessible for all at affordable costs! The target market of NH includes both the rich looking for high quality healthcare services and the poor looking for cheap (in some cases free) healthcare. Aligned with its vision, all doctors and senior non-medical staff can use their discretion to provide discounted (in some cases fully sponsored) treatment based on patient needs and insufficient funds.
How did NH make it happen? A recent WSJ report stated that the 42 cardiac surgeons at NH performed 3,174 cardiac bypass surgeries in 2008, more than double the 1,367 the Cleveland Clinic, a U.S. leader, did in the same year. The surgeons at NH operated on 2,777 pediatric patients, more than double the 1,026 surgeries performed at Children’s Hospital Boston.
Given the vast network NH developed over the years in rural and urban areas and the continuous feed from general physicians across borders, NH is able to operate at a capacity which is virtually unheard of in other parts of the globe. The sheer number of patients allows surgeons to acquire world-class expertise in particular surgeries, and its generous backup facilities allow them to concentrate on their specialism rather than waste their time on administration. Dr Shetty has performed more than 15,000 heart operations and other members of his team more than 10,000.
The high patient volumes and procedures effectively gave NH the much needed bargaining power with its vendors. NH got rid of long-term procurement contracts in a successful attempt to reduce its inventory costs. The hospital did not purchase much medical equipment but instead opted to lease. The cost of the leased equipment was covered by increasing the turnover of each piece of equipment, given the high through flow of patients.
In 2003, NH partnered with the government to introduce a health insurance scheme aimed at the rural co-operative sectors. According to Dr. Devi Shetty, as of January 2011, the scheme covers more than 4 million villagers for a premium of only $0.22 a month each.
In 2010, NH Group reported a 7.7% profit after taxes, compared to an average of 6.9% in American private hospitals.
NH continues to inspire other organisations and people with the strong sense of affinity that its employees feel with its vision. NH has established video and internet links with hospitals in India and abroad in African countries and in Malaysia so surgeons can give expert advice to less experienced colleagues. As part of NH’s brand strategy, NH is setting up ‘health cities’ in India and abroad. These health cities are dedicated excellence centers aimed at high-quality healthcare at affordable costs. A one-stop shop for just about all tertiary care treatments, which further drives up volumes and reduces costs.
In an interview with BBC radio, Dr. Shetty revealed that 94.8% of the jobs in NH are filled by a female workforce. He believes that empowered women, in a developing country like India, can be of more value to her family. She can provide better education to her children and educated children are the foundation of a healthy nation.
Over the next five years NH plans to increase its number of beds to 30,000, making it one of the largest private hospital groups in the world. NH is also focused on the internationalization of its brand in order to reach an even greater number of people. It recently acquired a hospital in Kuala Lumpur for $42 million. NH also recently announced its plan to set up a 2,000 bed health facility in the Cayman Islands, an hour’s plane journey from Miami. According to a recent Deloitte report, outbound medical tourism from the US could reach a staggering 1.6 million patients by 2012, with sustainable annual growth of 35%. Through its medical facility in the Caymans, NH will service its international customers at a fraction of the cost in the US. Both elective and necessary procedures are expected to be priced at 50% below US rates.
Given the dismal statistics in healthcare and the soaring medical costs around the world, NH’s vision-based strategic model can provide insights for countries that are struggling to put a cap on the ballooning costs of healthcare. In fact, making healthcare affordable for all, irrespective of their financial status.
The Value Profit Chain philosophy greatly resonates with NH. Loyal and compassionate employees led by a shared vision and continuously delivering NH’s brand promise: Caring with compassion, resulting in greater health and happiness of patients, thus leading to a healthier bottom-line.
Dr. Shetty prophesies with surging confidence that India will become the first country to dissociate healthcare from bank balance. In order to achieve and sustain this, NH, in spite of all its successes so far, will have to embark on a journey of continuous improvement. Value creation is indeed never ending.
Voorkomen is beter dan genezen?
Door Salem Samhoud en Barbara de Greeff
In de gezondheidszorg wordt preventie een steeds belangrijker principe. Op allerlei manieren wordt geprobeerd om de individuele burger te behoeden voor ziektes en aandoeningen. De belangrijkste motivatie achter deze preventieve beweging is de wens om mensen te behoeden voor pijn, ongemak en zelfs een vroegtijdige dood. Natuurlijk bestaan er ook andere, minder altruïstische motivaties voor preventie in de zorg. Om te voorkomen dat de kosten voor het zorgstelsel de pan uit rijzen, is het voor veel maatschappelijke instituties van groot belang om de vraag naar zorg zo klein mogelijk te houden. En hoe kun je dit beter doen dan door mensen zo lang mogelijk gezond te houden?
Preventie op het gebied van gezondheid lijkt een evident concept: Wat is er immers belangrijker dan gezondheid? Wie wil er niet gezond zijn en blijven? Zowel op het menselijk,- als op een sociaaleconomisch niveau lijken er geen tegenargumenten te bestaan voor de actieve promotie van preventie. Toch is het belangrijk om enkele kanttekeningen te plaatsen bij het idee dat “voorkomen is beter dan genezen” een evidente waarheid zou zijn.
Natuurlijk zijn er een heleboel aandoeningen en ziektes te noemen die ieder weldenkend mens niet zou willen overkomen. Pijnlijke, ongemakkelijke of gevaarlijke zaken die we koste wat kost willen vermijden. Niemand zou zonder bescherming met gevaarlijke stoffen willen werken. Ook zullen er weinig mensen moeite hebben met de verplichting om een helm te dragen op een motorfiets. Maar probeer eens te bedenken waar voor jou zelf de grens ligt van preventieve maatregelen. Zou je willen stoppen met het eten en drinken van dingen die slecht voor je zijn? Waar je bijvoorbeeld kanker van kunt krijgen? Of een hartaanval? Zou je beschermende kleding ook thuis willen dragen? De meeste ongelukken gebeuren immers in en om het huis. Je zou ook een masker kunnen dragen om te voorkomen dat je bacteriën en virussen binnen krijgt. En hoe zit het met psychische gezondheid? Psychische aandoeningen verdringen steeds meer de “klassieke” somatische ziektes van de meest voorkomende kwalen. Zou je accepteren dat er preventieve maatregelen zouden worden genomen om te voorkomen dat mensen depressief worden? Misschien zou het helpen dat er geen slecht nieuws meer de huiskamer binnenkomt. Een soort van medische media censuur. Zou je de SOMA pil nemen uit de roman Brave New World van Aldous Huxley die je een gelukkig en geestelijk “gezond” leven belooft? In de samenleving die Huxley beschrijft wordt ook seksueel contact verboden om zo genetische afwijkingen te voorkomen.
De zin “voorkomen is beter dan genezen” veronderstelt een onmogelijke vorm van voorkennis. Wanneer het principe op een consequente manier zou worden doorgevoerd, zouden we namelijk moeten beschikken over een onbetwistbare definitie van “gezond zijn”. En die varieert van een technisch/ wetenschappelijke benadering tot een veelvoud van persoonlijke en subjectieve opvattingen. Daarnaast veronderstelt de toepassing van dit gezegde een enorme – haast absurde – welwillendheid van de mensen waar het over gaat. Mensen zouden bereid moeten zijn om allerlei preventieve maatregelen te ondergaan met als enige argument dat dit goed zou zijn voor hun gezondheid.
Gezondheid en preventie kennen een zeer subjectief element waarbij het individu, al-dan-niet geholpen met de kennis en ervaring van een arts, steeds opnieuw moet worden afgewogen hoe de gezondheid van het individu kan worden gedefinieerd en welke maatregelen mogelijk zijn om deze gezondheid te bewaken. Grote, algemeen ingevoerde preventiemaatregelen zullen altijd op gespannen voet staan met deze subjectieve bepalingen.
Dit betekent dat mensen zich zouden zich af moeten vragen hoe voor hen de verhouding moet liggen tussen preventie aan de ene kant-, en leven aan de andere kant. Je zult moeten accepteren dat bij leven risico’s horen. Wanneer je alle risico’s weg haalt, haal je ook al het leven weg: het zijn namelijk vooral gevaren en risico’s die het leven de moeite waard maken. Zonder risico geen spanning! Ik zou dus willen afsluiten met de stelling “Geniet! En preventie met mate…”
Lef binnen de marge – ‘Ambtenaren moeten vooral doen’
Door Alexli Gravemeijer
Overheidsorganisaties bevinden zich in een spagaat tussen bezuinigingen op korte termijn en kwaliteitsverbetering én arbeidsmarktkrapte op lange termijn. Fundamentele aandacht voor het toekomstige takenpakket en bijbehorend strategisch personeelsbeleid is dus nodig, meer dan ooit.
Kabinet Rutte wil ondermeer de beschermde positie van de ambtenaar aanpakken. We spraken Hoogleraar Arbeidsverhoudingen en voormalig Secretaris-generaal Vernieuwing Rijksdienst Roel Bekker over het belang en de te verwachten effecten van dit initiatief. Professor Bekker is kritisch: echte verandering komt van ambtenaren zelf, zo stelt hij.
Lees hier het volledige interview met hoogleraar Arbeidsverhoudingen en voormalig SG Roel Bekker.
Krachtig, klein & dienstverlenend
Geïnspireerd door het gesprek met Roel Bekker ziet &samhoud de verandering naar een krachtige, kleine en dienstverlenende organisatie, gemarkeerd door drie werkwoorden: moeten, willen en kunnen.
Moeten
Moet de positie van ambtenaren worden aangepast? De overheid moet afslanken met 6,5 miljard. Het gelijktrekken van de arbeidsrechtelijke status van ambtenaren met de marktsector moet op korte termijn besparingen opleveren. Meer flexibiteit in het personeelsbeleid moet bijdragen aan verbetering van de kwaliteit van dienstverlening. Of deze wettelijke aanpassing daadwerkelijk leidt tot een krachtige, kleine en dienstverlenende organisatie is de vraag. Voorwaarde voor echte verandering is dat deze van binnenuit gedragen wordt. Ook ambtenaren zelf moeten (willen) veranderen.
Willen
Wat willen burger, ambtenaar en politiek? Burgers willen bij voorkeur voor een dubbeltje op de eerste rang. De overheid moet voor ze klaar staan op momenten dat zij het nodig vinden. Tegelijk willen burgers lage belastingen en zo min mogelijk overheidsbemoeienis. Deze combinatie vergt keuzes. Keuzes, die politiek worden gemaakt, ambtelijk worden onderbouwd, en politiek worden verdedigd. Dit vraagt lef. Van politiek, en van ambtenaren als expert en ervaringsdeskundigen bij uitstek.
Onder druk van de media en voortdurende polls houden ambtenaren en politiek elkaar in de tang. De politiek spreekt openlijk haar kritiek uit op het ambtelijk apparaat. Ambtenaren voelen zich politiek niet gesteund. De politieke wil om verantwoordelijkheid te nemen voor de keuzes die nodig zijn, lijkt te ontbreken. Ambtelijk initiatief gaat in de praktijk vaak verloren als gevolg van mogelijk politiek afbreukrisico. Wie bij de overheid werkt en veranderingen wil doorvoeren, wordt gedwongen binnen de marges te blijven.
Kunnen
Kan aanpassing van de ambtelijke positie leiden tot bezuinigingen en hogere kwaliteit van dienstverlening? De politiek kan besluiten om het particulier werknemerschap en het ambtenaarschap te integreren en vaker verantwoordelijkheid te nemen voor lastige keuzes. Ambtenaren kunnen het heft in handen nemen om van binnenuit veranderingen te realiseren. Ambtenaren kunnen de overheid succesvol veranderen. Ambtenaren kunnen lef tonen ook al is dat binnen politieke marges.
Dus ja, het kan, maar de echte doorbraak lijkt te liggen bij een vierde werkwoord: doen. Het verschil tussen een overheidsorganisatie in crisis en een overheidsorganisatie, die kansen aangrijpt om te veranderen, ligt in lef en initiatief. Lef om keuzes te maken en het lef om de consequenties hiervan in kaart te brengen en te verdedigen. Alleen zo komen we tot verantwoorde keuzes en visie. Niet alleen op korte, maar ook op lange termijn. De bal ligt nu bij het ambtelijk apparaat. Ambtenaren kunnen het doen, ze moeten het doen en ze moeten het willen. “Steek je nek uit, toon lef!”, aldus prof. Bekker.
Geen bereik
In de kantine van onze camping in Frankrijk was er gratis wifi, tot groot genoegen van
het gros van de overwegend Nederlandse campinggasten die elke dag wel ergens hun
momentje pakten om de mail te checken. De iPad heeft in sneltreinvaart een plaatsje
veroverd op het lijstje ‘all that you can’t leave behind’.
Maar ook laptops en natuurlijk bosjes smartphones, overal om me heen. Er was één
avond dat ik me heb zitten vergapen aan een gezin van vier aan een rond tafeltje.
Vader en moeder tegenover elkaar, elk druk met hun eigen laptop, geflankeerd door
twee kinderen die naar buiten keken en wachtten tot het zou ophouden met regenen.
Op enig moment heb ik de stopwatch op mijn smartphone maar eens ingedrukt. Daarna
duurde het nog 11 minuten en 32 seconden voordat iemand in het gezin iets zei.
Bij navraag bleek dat de meeste mensen vooral bezig waren met de online
weersvoorspellingen om te zien of het ergens anders beter was en ze mailden met
vrienden om te vragen of die misschien wel veel zonneschijn hadden. En okee, ook
meteen de mail en facebook checken.
En ik? Ik had in een vlaag van verstandsverbijstering mijn iPad thuisgelaten maar
uiteraard niet mijn smartphone. Echter, wat ik ook probeerde, ik had geen bereik.
Geen internet voor mij, geen sms, geen telefoontjes. Alleen mijn gezin, mijn boeken,
mijn buren, uitzicht op de bomen en af en toe een wandelingetje naar het sanitairgebouw.
Alleen het hier en nu. Ik was offline.
Twee weken heb ik dat volgehouden. Maar wel met resultaat. Want ik had weliswaar geen
bereik, ik had wel contact. Met mezelf. Verbinding. Ik heb veel bereikt in die dagen, om
het zo maar te zeggen.
Het was een dubbele confrontatie; allereerst het besef dat ik falende techniek nodig had om
echt even pas op de plaats te maken en vervolgens de aanblik van al die blauw wit verlichte
gezichten in de kantine waar ik ongetwijfeld ook tussen had gezeten als mijn apparatuur
gewoon had gewerkt.
Bij thuiskomst was ik zo scherp als een mes en stortte me met hernieuwde energie op
alle online en offline informatie die ik twee weken lang had moeten missen. Ik werkte me in
no time door de stapel oude kranten heen, las de zomersoap van News of the World in
omgekeerde volgorde, kreeg hoofdpijn van Anders Breivik en buikpijn van Amy Winehouse.
En toen las ik in een artikel over authenticiteit het volgende zinnetje: ‘Hoe doe je dat,
authentiek zijn? Volgens de respondenten heeft het te maken met back to basics en echt
in gesprek zijn.’
En af en toe even geen bereik hebben?!
Probeer (het) om te draaien!
Nog maar een paar dagen en dan vertrekken we naar een camping in De Corrèze.
De Corrèze, u weet wel, in Frankrijk? Onder Parijs? Nou, maakt ook niet uit. We
hebben afgelopen weekend alvast, bij wijze van voorpret, het navigatiesysteem
zitten programmeren. Nog even een upgrade van de wegenkaarten gedownload.
Alleen België en Frankrijk lukte niet dus nu zitten alle wegen van Europa erin.
Maar dat is ook wel weer handig, toch? Wie weet kom je deze zomer om een of
andere reden nog in Budapest terecht. En dan sta je mooi te kijken met slechts
een digitale kaart van Frankrijk. In elk geval zijn wij verzekerd van de kortste
route naar onze vakantiebestemming. Wij doen er 10 uur en 47 minuten over.
Een kleine 11 uur, pauzes niet meegerekend, om naar een plek te rijden waar
we ons twee weken lang heerlijk thuis kunnen voelen.
Maar nu dit: probeer (het) om te draaien! Ik zou je willen adviseren om je niet
thuis te voelen op vakantie. Ik zou je willen adviseren om vooral te letten op die
andere omgeving met andere mensen, ander eten, andere slaapgewoonten,
andere geluiden, andere geuren. Ga in op al dat andere, want het is de beste
reflectie op je normale leefomgeving. En die heb je zo nu en dan nodig. Voor
mij is de zomervakantie met mijn gezin een belangrijke check point. En dat is
het voor meer mensen, als ik het zo om me heen beluister: ‘Ik ga op vakantie
eens goed nadenken over mijn toekomst’, ‘Ik ga in Italië bedenken of ik dit nog
wel wil’, ‘Ik heb nu geen tijd maar zodra ik in het vliegtuig naar Thailand zit,
begint mijn periode van bezinning.’
Aan de ene kant juich ik bezinning van harte toe, zeker als dat helpt bij het
verdiepen van je persoonlijke visie. Het is alleen jammer dat veel mensen
hun momenten van bezinning zo ver weg parkeren dat ze een navigatiesysteem
nodig hebben om er te komen. Probeer (het) om te draaien. Laat momenten van
bezinning niet afhangen van je vakantiedagen. Bouw ze in door het hele jaar
heen. En probeer inzichten, opvattingen en ideeën die je op zulke momenten hebt,
op te schrijven. Bijvoorbeeld in een ‘mindmap’. Daar kun je later altijd nog een
routekaart van maken.
Misschien kun je een deel van die 10 uur en 47 minuten gebruiken om een
beginnetje te maken met een mindmap. En misschien helpt dat je om tijdens
de reis wat minder te letten op het display waarop staat hoeveel uur en hoeveel
minuten rijden het nog is. Dan heb je wat meer tijd voor de liedjes op de radio,
zoals dat van Tom Petty: Into the great wide open / Under them skies of blue /
Out in the great wide open / A rebel without a clue. Probeer (het) om te draaien!
Een fijne zomer toegewenst!
NB: Beste lezer. Wij zijn een paar weken met vakantie. Deze blog wordt begin
augustus hervat.
Je persoonlijke visie leven is als kijken naar de blauwe lucht
Maandag 27 juni 2011, een tropisch warme dag. Zo’n dag waarop je, als de kleintjes in bed liggen
en het huis is opgeruimd, nog even op je rug in de tuin gaat liggen om a) te genieten van het
moment b) je vermoeidheid van de dag even de vrije loop te laten en c) op te laden voor de
avondetappe; er ligt nog behoorlijk wat werk en dat kan niet wachten tot morgen.
Het is zo’n dag waarop je, al liggend in de tuin, staart naar de blauwe lucht recht boven je en even
helemaal in het moment blijft. Deze paar minuten zijn niet alleen een time-out tijdens de dag, ze
blijken een check-up te zijn van veel meer. Alsof in die blauwe lucht boven je staat geschreven
waar het allemaal naartoe gaat. En je beseft dat je niet vaak van dit soort momenten hebt.
Waarom eigenlijk niet? Omdat tropisch warme dagen volgens Gerrit Hiemstra niet vaak voorkomen?
Omdat liggen in het gras zonde is van je tijd? Ik vind van niet. We coachen, feedbacken, intervisieën
en beoordelen er lustig op los door de dag heen. Maar altijd met anderen, altijd in een vooraf
vastgestelde context. En die context laten we maar moeilijk los. Terwijl verder weg kijken en het
grotere geheel overzien vaak een verhelderende en relativerende werking heeft. Het geeft inzicht in
jouw positie ten aanzien van het geheel, niet alleen als medewerker maar ook als mens. En als je op
die manier kunt loskomen van je omgeving dan kun je goed nadenken over fundamentele vragen:
Wat wil ik? Wat kan ik? En wat wil ik daarmee doen?
Dat is het niveau van je persoonlijke visie. Een persoonlijke visie biedt perspectief en betekenis. Jouw
perspectief en jouw betekenis. Een persoonlijke visie geeft je de vrijheid om even in de blauwe lucht te
staren tijdens een warme avond om vervolgens weer vol energie aan de slag te gaan met je volgende
klus. Als je regelmatig zo’n check hebt met jezelf en even stilstaat, dan blijf je ‘awake’. Dan leef je je
eigen visie. En dan hoeft het niet tropisch warm en onbewolkt te zijn om toch de blauwe lucht te zien.
Geen idee? Geen paniek!
Mag ik je voorstellen aan Jessica? Jessica heeft een tijdje geleden het concept
persoonlijke visie ontdekt. Ze voelde zich meteen aangesproken door het boek
‘Je bent wie je wordt’ en vooral door de ondertitel ‘Over persoonlijke visie: weten
wie je bent, wat je wilt en wat je kunt’. Ze trof er de vragen die ze zichzelf
soms expliciet, soms impliciet, al jaren stelde. En ze vond er de inspirerende
antwoorden van anderen. Wat werd ze er blij van. Ze ging naar de workshop en
vond er vijftig gelijkgestemden. Ze had een fantastische avond en ging heerlijk
opgeladen naar huis.
Daarna begon het grote twijfelen. Jessica had al jaren geen antwoord op al die
mooie, cruciale vragen en ze weet ook nu niet wat haar het meest gelukkig maakt,
welke baan het beste bij haar past en wat nu echt belangrijk voor haar is. Ze kreeg
een oefening aangeraden om haar eigen grafrede te schrijven en werd er alleen
maar depressief van. Niet omdat ze een keer dood gaat, maar omdat ze oprecht
geen idee heeft wat ze dan bereikt wil hebben. En het doel van de oefening was
juist om dat te achterhalen. Ze denkt regelmatig terug aan die workshop-avond,
aan al die mensen die daar enthousiast mee zaten te denken en te praten.
Allemaal zo wijs. Allemaal zo goed op weg. En zij schiet maar niet op. Ze heeft
nog steeds geen idee.
Ken je dat liedje van Acda en De Munnik “Hij denkt ‘is dit het nou?’ Herman denkt
zichzelf in het graf”. Jessica, je bent niet de enige en hou op jezelf dwars te zitten.
Ik heb twee dingen te zeggen tegen de Jessica’s van deze wereld:
(1) Neem het serieuzer! Ga niet eindeloos zitten piekeren op de antwoorden;
daarvankomen ze niet dichterbij. Ga de oefeningen doen uit het boek en
van de website. Laat je niet ontmoedigen omdat de eerste de beste oefening je
niet hielp, ga aan de slag en vertrouw erop dat de antwoorden dan gaan komen.
Niet vandaag, niet morgen. Maar wel binnen een jaar. Of twee. Super, toch?
(2) Neem het niet zo serieus! Het leven begint niet pas op de dag dat jij ontdekt wat
het de moeite waard maakt en je eigen ervaringen leren je het meest. Zet het leven
niet stil, alleen omdat jij even niet weet waar je over tien jaar wilt zijn. Dat weten
er heel veel niet, hoor! Ga een ijsje eten of drink warme chocolademelk. Doe iets
voor een ander. Maak een strandwandeling en klets meteen vreemde. En dans op
Baz Luhrmann’s ‘sunscreen’: http://www.youtube.com/watch?v=sTJ7AzBIJoI
Over x-factor en olympische medailles
Ook al ontdekt dat de talentenjachten geen tijdelijke hype zijn? Ze zijn niet meer weg te denken
en het worden er alleen maar meer. Even een (onvolledig) lijstje: Dancing with the stars, Idols,
So you think you can dance, Top chef, The ultimate dance battle, X-factor, Holland’s got talent,
The voice of Holland, Hollands Next Top Model, Sterren dansen op het ijs, Project Catwalk.
Welke kernkwaliteit je ook hebt of wilt ontwikkelen, er is vast een bijpassende televisieshow.
En anders is hij in de maak. Blijkbaar spreekt het ons aan. We zijn massaal ontroerd als iemand
ineens de sterren van de hemel presteert. Denk maar aan Paul Potts, wiens auditie een regelrechte
Youtube-hit werd (http://www.youtube.com/watch?v=sxOytYLlhiQ). En we verkneukelen ons
als iemand spectaculair miskleunt en vervolgens verbeten roept dat de jury het helemaal mis heeft.
Denk jij ook wel eens: “had niet iemand dat meisje kunnen zeggen dat ze niet kan zingen?”
Goeie vraag. Grote kans dat niemand dat heeft gedaan. Of niet op de goede manier. Dat men haar
zelf heeft laten stoeien met haar grote dromen, haar goedbedoeld heeft aangemoedigd en heeft
gezegd ‘waar een wil is, is een weg’. Maar er is meer dan alleen grote dromen en gewaagde doelen.
Allereerst natuurlijk: beschik je over de benodigde kwaliteiten? Maar ook: past het bij je waarden
en hoe draagt het bij aan de idealen die je in je leven na wil streven (je hoger doel)? Een te
enge focus op alleen het gewaagde doel brengt nogal wat risico’s met zich mee. Zelfs voor mensen
die wel over de benodigde kwaliteiten beschikken.
Dat zie je bijvoorbeeld in de sport: getalenteerde topsporters kunnen zich verliezen in
ambitieuze gewaagde doelen, de mooiste is natuurlijk een gouden medaille. Eens in de vier jaar
doet de kans zich voor. En dan is er maar één sporter die met die Olympische plak naar huis gaat.
Nou ja, drie dan, als je zilver en brons ook meerekent. Voor de anderen is het gewaagd doel mislukt.
En dan kan een goede persoonlijke visie je redding zijn. Dan weet je namelijk in de volle breedte
wat je gelukkig maakt. Dan kun je er een nieuw gewaagd doel bij zoeken.
En misschien wel een geschikte talentenjacht!
Een persoonlijke odyssee
In 2008 schreef onze collega Jeroen Schilte zijn persoonlijke visie op
met daarin zijn eerste gewaagde doel: in oktober 2010 een cd afleveren
met zijn eigen liedjes, zelf gezongen, in een goede geluidskwaliteit.
Laten we Jeroen zelf aan het woord laten.
“Herinner je je Hannibal nog uit de tv-serie The A-team? Die zei tegen het eind
van elke aflevering ‘I love it when a plancomes together’. Wat een ongelooflijke berg
energie komt er vrij als je je doelbereikt en de afspraken met jezelf bent nagekomen.
Ik was voorheen met name gericht op mijn hoger doel en kernwaarden. Ik was
getalenteerd en gemakkelijk in de omgang. De uitdaging zat vooral in mijn energie
tijdens lange, uitputtende werkdagen en een intens leven thuis met vrouw en kinderen.
Ik vond dat ik wel wat waardering verdiende, maar Salem, mijn leidinggevende, was
behoorlijk kritisch. Toen kwam 2008 en begon ik aan mijn persoonlijke visie. Ik kon me
helemaal vrijuit buigen over waar ik nou heel gelukkig van word en wat ik nou wilde
worden, later. De beste echtgenoot, de beste vader, en liedjesschrijver… dat was het.
Salem dacht ook mee en vond dat ik me moest gaan concentreren op waar ik echt goed
in was: schrijven. Het was een heuse doorbraak. Van het ene op het andere moment ging ik
naar een specialistische rol als tekstschrijver. Om doelgerichter te kunnen werken voegde
ik een vijfde, nog te ontwikkelen, kernkwaliteit toe aan mijn persoonlijke visie: ondernemerschap.
Voor het maken van mijn cd vatte ik de koe volledig bij de horens. Ik rekende af met een
aantal vooroordelen die anderen (en langzaamaan ikzelf ook) van me hadden; dat ik niet
een geweldige planner ben, niet een echte beslisser, niet een leider, niet kostenbewust, niet
zelfverzekerd. Voor mijn gewaagd doel gold: het zijn mijn liedjes, het is mijn tijd,
mijn verantwoordelijkheid, mijn geld. Ik zocht naar mensen die me konden
helpen; iemand voor hulp bij het arrangement, bij het inspelen en opnemen,
iemand voor de vormgeving, iemand voor de website. Eén persoon die er helemaal achter zou
moeten staan, was mijn vrouw. Me dunkt, ik stak gedurende twee jaar nogal wat tijd en spaargeld
in mijn project. Maar zij ging akkoord, leefde mee, liet me begaan en stond op lastige
momenten voor me klaar. En ze was trots. Ik heb in al die tijd 1 vrije dag genomen en dat
was toen ik de geluidsbestanden hebben laten masteren in een muziekstudio,
samen met mijn broer. Op weg naar huis, in zijn auto, draaiden we voor het eerst
de definitieve masterversie van de cd. Zo ging hij dus klinken. Wat zat ik een potje
gelukkig te wezen in de file op de A1. Het was 14 oktober 2010.”
www.holidayinzampanobay.com